woensdag 13 juni 2012

Leraar is lastige kostenpost

NRC Handelsblad 1 oktober 2011


Nieuwe verkiezingen naderen. Een mooie kans voor politieke partijen om ons onderwijs weer op het rechte spoor te krijgen. Dat vraagt echter wel om lef en een fundamentele modernisering van het onderwijs die haar ontdoet van de dwalingen van de afgelopen twintig jaar.

Ooit bloeide onze onderwijscultuur, maar sinds de jaren negentig is ons onderwijs ernstig aangetast door slecht doordachte vormen van didactiek, zoals Het Nieuwe Leren en het Competentiegericht onderwijs. In deze onderwijsconcepten hebben leerlingen nauwelijks les en moeten ze hun eigen leervragen formuleren. Het aanleren van kennis is daarbij nauwelijks meer van belang - informatie kunnen leerlingen immers wel op internet opzoeken. De docenten zijn getransformeerd tot leerprocesbegeleider en mental coach, als ze überhaupt al een rol hebben, want de leerlingen dienen ook zelf hun begeleidingsbehoefte aan te geven.
Lees meer... 

Het inmiddels demissionaire kabinet heeft verschillende maatregelen voorgesteld om het tij te keren. Zo moet er meer aandacht voor vakkennis komen en leerlingen moeten meer contacturen op school hebben. Maar de plannen zijn ondertussen uitgesteld en de concrete invulling van welke maatregel dan ook laat de overheid aan de scholen over, die zijn immers autonoom. En precies daar ligt de oorzaak van de problemen in het onderwijs. Maar ook de sleutel tot de oplossing.

Terugtredende overheid
De overheid en de Inspectie van het onderwijs hebben zich de afgelopen twintig jaar onder de vlag van het neoliberalisme teruggetrokken uit het middelbaar en hoger beroepsonderwijs. ROC’s en Hogescholen werden volledig verantwoordelijk zijn voor de handhaving van hun eigen kwaliteit en een gezonde bedrijfsvoering. Uiteraard is de financiering van het onderwijs daarop aangepast. Elke onderwijsinstelling krijgt jaarlijks een grote zak geld van de overheid waar ze vrijelijk over mogen beschikken.

Lesgeven is sluitpost begroting
Die financiële autonomie heeft geleid tot een explosie van salarissen aan de top en aan de andere kant bezuinigingen op het geven van onderwijs. Een voorbeeld: in 2008 kreeg een Hogeschool op jaarbasis ongeveer € 6.600 per student. Daarvan werd minder dan € 2.000 besteed aan het geven van les. De rest ging op aan wat in jargon de overhead heet: gebouwen, faciliteiten en salarissen van managers en bestuurders. Ter illustratie: een lid van de Raad van Bestuur van diezelfde Hogeschool verdiende in datzelfde jaar € 245.000. Een bestuurder van een universiteit declareerde in drie jaar tijd bijna een miljoen euro aan onkosten, waaronder hotelovernachtingen en diverse diners. Lesgeven is de sluitpost op de begroting, de docent een kostenpost. Het Nieuwe Leren sluit hier naadloos op aan: weinig les, lage kosten. En ach, een wetenschappelijke onderbouwing voor dit onderwijsconcept is altijd wel bij elkaar te onderzoeken. Pedagogische centra genoeg. En anders bombardeert onderwijskundig Nederland een leuk boekje als ‘De Einsteingeneratie’ van twee vrolijke marketeers wel tot wetenschappelijke publicatie.

De diplomafinanciering in het mbo en hbo heeft tot nog ergere excessen geleid. De ‘Theo-route’ bij de opleiding Media en Entertainment Management bij Hogeschool InHolland Haarlem is wat dat betreft exemplarisch. Studenten die na vier jaar een studieachterstand hadden, konden via ‘een speciaal geheim traject’ hun diploma gewoon afhalen. Studenten hoefden dan niets anders te doen dan een oud, eerder afgekeurd werkstukje van 2 A4-tjes in te leveren. Eventuele achterstand en niet gehaalde punten werden automatisch kwijtgescholden en het eindcijfer was bij voorbaat een 7. Dat leverde InHolland keurig € 10.000 per student op. De ophef over deze Theo-route heeft geleid tot het ontslag van diverse managers en het vertrek van de toenmalige bestuursvoorzitter. De perverse prikkel van de diplomafinanciering bleef echter bestaan, de misstanden bij Hogeschool Windesheim van vorig jaar tonen dit haarfijn aan.

Cirkel van controle
Onderwijsinstellingen zijn in het kader van de deregulering zelf verantwoordelijk voor een efficiënte bedrijfsvoering. Dat heeft geleid tot het ontstaan van besturen en raden van toezicht met een grote afstand tot de werkvloer, gelegitimeerd door de inzichten van grote consultancybureaus. Een rector of directeur die dicht bij de leerlingen en docenten staat, voldoet niet meer. Opvallend is trouwens dat veel raden van bestuur worden bevolkt door oud-politici van de traditionele politieke partijen, mannen en vrouwen die veelal meer verdienen dan de Balkenendenorm.
De verzelfstandiging van onderwijsinstellingen heeft een enorme fusiegolf tot gevolg gehad. Van de 400 ROC’s in Nederland zijn er nog maar een kleine 60 over. Macht, status en een zo groot marktaandeel lijken de leidende credo’s van veel scholen. Zo tellen sommige Hogescholen en ROC’s meer dan 30.000 studenten. Een enorm beheersapparaat van afdelingen Planning en Control, ondersteund door een omvangrijk leger van onderwijsadviesdiensten, consultancybureaus en accreditatieorganen, legitimeren en bewaken de bedrijfsvoering van dergelijke onderwijsbastions.
Efficiency, rentabiliteit en solvabiliteit lijken daarbij soms belangrijker dan kwalitatief goed onderwijs. Zo had het Arcus College in Limburg nog maar kort geleden zestig miljoen euro op de bankrekening staan. Zestig miljoen! Geld dat ook besteed had kunnen worden aan de uitvoering van het onderwijs.

Het heft in handen nemen
De oplossing van deze problemen kan alleen bereikt worden als de politiek het lef heeft de autonomie van onderwijsinstellingen fundamenteel te herzien .
In de eerste plaats dient de overheid strikte controle uit te voeren op het financieel beleid van de scholen. De lumpsumfinanciering moet verdwijnen omdat de overheid hierbij geen enkele controle heeft over de doelmatige en wenselijke besteding  van de ter beschikking gestelde middelen. Onderwijsgeld moet geoormerkt worden. De overheid moet heel precies voorschrijven waaraan een school de middelen mag besteden. Hierbij moet het grootste deel van de gelden ten goede komen aan het geven van onderwijs. De resultaatfinanciering moet daarbij losgelaten worden. Niet een behaald diploma moet het uitgangspunt van bekostiging zijn, maar de kwaliteit van het onderwijs.
De onderwijsinspectie moet actief toezien op deze kwaliteit. Dat vraagt een volkomen andere rol van de inspectie. Waar zij nu vooral controleert of het onderwijs op een school verloopt volgens de door de school zelf beschreven processen, dient zij zich voortaan te richten op het inspecteren van de kwaliteit van de inhoud van de lessen, de didactiek, het lesmateriaal en de docenten.
In de derde plaats moet er gedefuseerd worden. We moeten weer terug naar kleine scholen waarin leerlingen zich gekend en geborgen voelen. De ontwikkelingen bij Amarantis bewijzen dat het mogelijk is. Ook bij dit proces moet de overheid een leidende rol spelen.

Alleen als de overheid de autonomie van onderwijsinstellingen fundamenteel herziet, is verbetering van ons onderwijs mogelijk. De gekwalificeerde docent moet weer centraal staan op school. Hij of zij is degene met wie goed onderwijs staat of valt, niemand anders.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen