vrijdag 5 oktober 2012

Alleen Antillianen kunnen problemen Curaçao oplossen

CURAÇAO - NRC Handelsblad
De politieke verdeeldheid op Curaçao wordt veroorzaakt door persoonlijke eer en patronage. Gouverneur Frits Goedgedrag moet een commissie instellen van wijze mannen en vrouwen van Aruba, Sint Maarten en Bonaire, bepleit Marcel de Jong.
De chaos op Curaçao is compleet. Dit piepjonge land binnen het Koninkrijk der Nederlanden heeft twee parlementen, twee regeringen en parlementsleden die met elkaar op de vuist gaan. Het is zinloos om te discussiëren welke partij het recht aan haar zijde heeft. Er is altijd wel een wetsartikel uit de doos te toveren om het eigen gelijk te bewijzen. Het is tijd om te zoeken naar een oplossing voor de diepe maatschappelijke verdeeldheid op het eiland.
Lees meer...
Veel Nederlanders vinden dat het opstappen van premier Schotte en de benoeming van Stanley Betrian tot de nieuwe minister-president een zegen is voor Curaçao. Toch valt zeer te betwijfelen of hiermee een einde komt aan de chaos. De twee parlementen die elkaar bestrijden, vertegenwoordigen beide ongeveer de helft van de kiezers. De verdeeldheid op het eiland is diep. De verkiezingen op 19 oktober zullen hieraan niets veranderen, ongeacht de uitslag. Een oplossing kan alleen gevonden worden door ook de culturele bepaaldheid van het conflict in ogenschouw te nemen, een invalshoek die in Nederland nogal eens uit het oog verloren wordt. Politiek op Curaçao is anders dan in Nederland, met andere spelregels en andere gevoeligheden.
In de eerste plaats is het goed om te beseffen dat op Curaçao de afstand tussen politici en de bevolking erg klein is. Het is een eiland waar iedereen elkaar kent, iedereen veel van elkaar weet – vaak ook zaken die het daglicht niet kunnen verdragen – en iedereen elkaar vrijwel dagelijks tegenkomt. De beslissingen die politici nemen, hebben hierdoor altijd directe gevolgen voor hun omgeving, dus voor persoonlijke vrienden familieleden en buurtgenoten. Politici waken ervoor om deze mensen teleur te stellen. Voor hun herverkiezing zijn ze immers juist sterk van hen afhankelijk. Van belang is ook dat de familiebanden en vriendschapsrelaties hecht zijn op Curaçao. Familieleden en vrienden leven in een gevoelig stelsel van wederzijdse verplichtingen en loyaliteit. De leden van de eigen groep hebben elkaar nodig, steunen elkaar en laten de anderen meeprofiteren bij voorspoed en welvaart. 
Deze onderlinge afhankelijkheid wordt gedreven door het beschermen van het eergevoel. Dit is een belangrijk aspect van de Antilliaanse cultuur. Deze moraal beïnvloedt de mensen die een politieke functie vervullen. Zij ervaren een sterke verplichting om hun familie, vrienden en partijgenoten op de een of andere manier bij te staan. In hun positie kan dit door hen banen, belangrijke functies en geld aan te bieden. Andersom rekenen de aanhangers van een politicus op deze voorrechten. Zij hebben hem immers aan zijn zetel geholpen. Dit stelsel van patronage is diep doorgedrongen in de politieke cultuur van Curaçao. Als een politicus moet opstappen, verliezen zijn aanhangers, vrienden en familie de mogelijkheid om deze gunsten te verkrijgen. Dit verklaart een deel van de fanatieke steun voor een politicus die moet terugtreden. Zijn vertrek betekent bovendien gezagsverlies – in de eerste plaats voor de politicus zelf, maar beslist ook voor de mensen die hem hebben gesteund. Hun aanzien en hun eergevoel zijn nauw verbonden met zijn machtspositie. 
In de politiek op Curaçao bestaat geen onderscheid tussen het zakelijke en het persoonlijke vlak. De man en de bal zijn één. Een politicus die bekritiseerd wordt, ervaart dit al gauw als een aanval op zijn persoonlijke integriteit. Dit ligt gevoelig. Dat blijkt wel uit het taalgebruik dat ruziënde politici tegenover elkaar bezigen – „zet je grafkist maar klaar” en „je moeder is dom” – en het fysieke geweld dat ze soms gebruiken. 
Ook de diep gewortelde wrok tegen Nederland speelt een belangrijke rol in de politiek van Curaçao. Vaak wordt hierbij verwezen naar het slavernijverleden van het eiland. De oorzaken van de armoede en misstanden op het eiland worden nog vaak gezien als het gevolg van het gedrag van de slavenhandelaren, de koloniale overheersers. Deze wrok openbaart zich in roddelen, zwartmaken en openlijke weerstand. Genoeg gezagdragers zeggen dat elke individuele Nederlander dit koloniale verleden persoonlijk met zich meedraagt. I n Nederland beschouwen politici en wetenschappers de crisis op Curaçao louter vanuit een staatsrechtelijk oogpunt. Voor de hierboven beschreven culturele aspecten hebben zij niet veel oog. Veelal sluiten ze hun analyses af met een steunbetuiging aan de beslissing van de gouverneur om een nieuwe regering te benoemen. 
Het is goed om te beseffen dat dit besluit de verdeeldheid op het eiland alleen maar verder heeft verdiept. Gouverneur Frits Goedgedrag heeft een politieke keuze gemaakt. Deze keuze treft niet alleen de politici, maar ook hun aanhangers en hun directe persoonlijke omgeving. Zo is Goedgedrag onderdeel geworden van de strijd. Zijn autoriteit is kwetsbaar geworden. Hij had als onafhankelijk gezagsdrager boven de partijen moeten blijven staan. Het zal hem veel moeite kosten om zijn gezag terug te winnen, zeker nu de afgezette premier hem op de Venezolaanse televisie heeft betiteld als „de laatste koloniale figuur op Curaçao die gebruik heeft gemaakt van macht die hij niet heeft”. T och heeft Goedgedrag nog steeds de sleutel tot een oplossing in handen. 
Hij kan, als institutie van het Koninkrijk der Nederlanden, een commissie van wijze mannen en vrouwen benoemen. Deze moet worden gedragen door beide parlementen. Nederlanders moeten geen deel uitmaken van deze commissie, omdat zij geen enkel benul hebben van de culturele gevoeligheden in de politieke arena en omdat zij toch altijd zullen worden bekeken als koloniaal. Curaçaoënaars moeten evenmin plaatsnemen in zo’n commissie. Zij zijn, hoe dan ook, altijd partij in de strijd. De commissie kan alleen succesvol zijn als ze bestaat uit gezaghebbende mannen en vrouwen van Aruba, Sint Maarten en Bonaire. Zij begrijpen de culturele bepaaldheid van het conflict en hebben tegelijkertijd voldoende afstand om de verdeelde politici en bevolking van Curaçao tot het besef te brengen dat het landsbelang van hun eiland eindelijk eens voorop moet staan.
Marcel de Jong is voormalig verslaggever van het Algemeen Dagblad op Bonaire, publicist en schrijver van de roman Tropenkolder.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen